Iedere trainer weet dat je zonder ‘badopbouwers’ geen training kunt geven. Een frisse duik zit er misschien nog wel in, maar de chaos neemt al snel groteske vormen aan. Zonder lijnen zien zwemmers alle hoeken van het bad en ontstaan de meest spectaculaire botsingen. Waterpoloërs missen, letterlijk en figuurlijk, hun doel. Passen en vangen is wel leuk, maar als poloër wil je toch maar één ding: scoren. Om al dat enthousiasme in goede banen te leiden, is het noodzakelijk dat iemand het initiatief neemt om het bad op te bouwen. Goed voorbeeld doet volgen. In de geschiedenis van Aquamania is Jeroen van Bergen de Opperbadopbouwer.

Idioten

Een studie Industrieel Ontwerpen in Delft bracht hem niet het levensgeluk dat hij zocht en hij verruilde in 1990 de stad van de fietsenmakers voor Leiden. In dat jaar tussen de Dufterikken kreeg hij bij Wave wel een voorproefje van het studentenzwemmen. Eenmaal stevig geworteld in Leiden voelde hij toch een grote leegte. De oud-poloër miste het gevoel van stroeve ballen, knellende caps en chloorogen. Zijn huisgenoot Mike voelde hetzelfde gemis. Samen gingen ze op zoek naar gelijkgestemden. Ze hingen de universiteitsgebouwen vol met briefjes en binnen korte tijd wisten ze zo’n twintig enthousiastelingen bij elkaar te brengen. Het was een bonte mix van waterpolofans, maar met een aanzienlijk aantal oud-hoofdklassespelers.

Een maniakale groep, herinnert Jeroen zich. ‘We waren echt een zooitje idioten. In de zomer trainden we al om 7 uur ’s ochtends in buitenbad De Vliet.’ Niet echt studentikoze tijden natuurlijk. Een van de poloërs, Willem Veerman, bood Jeroen aan om te helpen de waterpolotrainingen wat serieuzer op te zetten. ‘In de zomer van 1991 dienden we een projectvoorstel in bij Hans van Rooijen, de baas van het Universitair Sportcentrum. Hij belde een vriendje op bij de gemeente om badwater voor ons te regelen. Dat maakte natuurlijk veel meer indruk dan wanneer je dat als studentje van 20 voor elkaar probeert te krijgen.’ Het eerste studentenwaterpolotrainingsuur was daarmee al snel een feit. Elke woensdag konden de studentenpoloërs zich van half tien tot half elf uitleven in het Vijf Meibad. Een uur dat ook vandaag de dag nog steeds bestaat.

Waterspetters

Jeroen typeert 1991 nog als een ‘voorzichtig aanloopje’, maar na dat jaar ‘proefdraaien’ wilden de poloërs het ook organisatorisch serieus gaan aanpakken. ‘De Preek van de Week’ was iedere training een terugkerend element. Het polocollectief wilde een een eigen vereniging gaan vormen en de Preek moest iedereen op de hoogte houden van de vorderingen. Als werknaam dachten ze aanvankelijk aan “De Waterspetters”, maar die vereniging bleek –gelukkig- al te bestaan. “Aquamania” was een schot in de roos en op 17 juni 1992 zag de vereniging officieel het levenslicht. ‘Een vereniging oprichten, dat is allemaal niet zo moeilijk. Je verzint wat en je gaat naar een notaris. Het lastige is om mensen gemotiveerd te houden’, weet Jeroen.

Daar was de waterpolotrainer in belangrijke mate verantwoordelijk voor. Ben Olde Olthof nam in die eerste jaren de trainingen voor zijn rekening. In seizoen ’92-’93 wierp dat al direct zijn vruchten af, want de heren van Aquamania sloten hun eerste NCS-competitie af als kampioen. Aquamania promoveerde naar de 2e klasse. Naast een tweede herenteam formeerde Aquamania ook een succesvolle damesploeg. Ook bijna vijftien jaar later loopt er nog een rilling over Jeroen rug als hij eraan terugdenkt. ‘Keiharde waterpolosters…’ Op waterpologebied waren het gloriedagen, getuige de vele schit-te-ren-de bekers in de bestuurskast.

Groei

De vereniging groeide niet alleen op sportief vlak. Het ledenaantal nam gestaag toe en diverse commissies zagen het licht. De Aquactie wierp zich op de gezelligheid buiten het zwembad en creatieve geesten stampten een clubblad uit de grond, de Maniakaal. Aquamania bloeide op, zowel binnen als buiten de muren van het Vijf Meibad. In 1996 besloten de poloërs een beetje ruimte te maken voor personen die graag tussen twee lijnen zwemmen. De vereniging kwam hierdoor ook in sportief opzicht weer in een stroomversnelling. Het aantal zwemmers groeide wekelijks en één baan bleek niet genoeg om al dit enthousiasme te bevatten. Ook een tweede en een derde baan waren snel gevuld en de zwemmers kregen steeds meer rechten ten opzichte van de polobruten. Poloballen mochten voortaan tijdens het zwemuurtje niet meer in het water. Aquamania was een zwem- en waterpolovereniging, maar het zwemmen kreeg steeds meer de overhand. Voorzichtig waagden de zwemmers zich buiten de grenzen van Leiden, bijvoorbeeld voor het NSK Zwemmen.

Exodus

Ondertussen liep het waterpolo langzaam maar zeker leeg. De poloërs van weleer zetten stilletjes aan één voor één een punt achter hun studentenbestaan zochten hun heil in de burgermaatschappij. De instroom van nieuwe polofanaten bleef echter sterk achter bij de polo-exodus die in deze jaren plaatsvond. De zwemmers namen de vereniging over en met het vertrek van de laatste polotrainer in 2000 was van de waterpolovereniging Aquamania eigenlijk geen sprake meer. ‘De stop is uit het bad en het water is weggelopen’, zei de toenmalig voorzitter, Jacco Kiemel. Zwemmen was nu de hoofdactiviteit en het enige dat nog herinnerde aan de polotijd was een kast vol tweedehandsballen en een paar ‘oude mannen’.

Zwemcompetitie

Ondertussen richtte Aquamania zich op de zwemcompetitie. Deelname aan twee wedstrijden in seizoen 2000-2001 leverde de vereniging niet meer dan de rode lantaarn (13e) op, maar het maakte wel hongerig naar meer. Het seizoen erop trokken de Leidse zwemmers dan ook in veel grotere getale naar de diverse wedstrijdsteden en dit resulteerde in een plekje winst. Met de wedstrijden groeide de vereniging ook weer meer naar elkaar toe. Niet alleen kwamen er steeds meer activiteiten, deze konden ook rekenen op een enthousiaste opkomst. Aquamania toonde aan meer dan alleen een sportvereniging te zijn. Deelname aan wedstrijden (en de aansluitende feesten) was voor velen niet langer uitzondering, maar juist regel. Naast individuele successen op de NSK’s van 2001 en 2002 klom Aquamania ook op naar een vijfde plaats in het klassement. Aquamania schudde haar imago als underdog definitief van zich af met de organisatie van de afsluitende NSZK-wedstrijd in seizoen 2003-2004. De Leidenaren wisten de jarenlange hegemonie van De Golfbreker uit Groningen op slechts een paar seconden niet te doorbreken. Voor het eerst besloot Aquamania het klassement op het ereschavot. Hierna hoefden de Aquamaniakken nooit meer uit te leggen dat ze in Leiden ook (hard) zwemmen. Die derde plaats bleek nog niet het eindpunt, want sindsdien hebben ze altijd meegedraaid in de top van het Nederlands Studenten Zwemmen.

Aqualliance

Na de zwemsuccessen maakten ook het waterpolo een doorstart in het nieuwe millenium. Een nieuwe generatie waterpoloers wilden meer dan een balletje gooien bij de Studenten Waterpolo Toernooien. Helaas leek competitie spelen bij de KNZB niet haalbaar en werd er druk gezocht naar andere mogelijkheden. Toen was daar de NCS-competitie, met zes wedstrijden per jaar was dit een goede uitdaging voor de waterpolo-diehards. Maar door de eeuwige rivaliteit tussen de KNZB en de NCS kon men niet spelen onder de naam van Aquamania. Dankzij de inzet en voorbereidingen van papa Wietse en papa Robert had Aquamania op 25 augustus 2005 er een zusje bij:

Het was een lange en soms moeizame zwangerschap. Desondanks is na een vlugge bevalling hedenochtend om 10.20 uur opgericht:
De Tweede Leidse Studenten Waterpolo Vereniging Aqualliance

Wij noemen haar

Aqualliance

Oprichters en vereniging verkeren in goede gezondheid en houden bezoekuur op maandag 22.15-23.15 uur in De Zijl en woensdag 21.30-22.30 uur in het Vijf Meibad. Vanaf september zal de vereniging al haar eerste slagen zwemmen!

Met dit geboortekaartje werd Aqualliance offcieel geintroduceerd als zustervereniging van Aquamania. Vertegenwoordigd in twee competities zorgen Aquamania en Aqualliance voor een bloeiende verenging.